18-10-06

Hoofdstuk III - Deel II - Dag 2


De zon is opnieuw aanwezig en mijn gedachten dwalen af. Een lekkere pint, op het zonnig terras. Dat zie ik wel zitten. Ik pak een witte kom en vul hem met melk. De kat hoort het en komt strekkend overeind. Ikzelf eet morgens altijd boterwafels. Soms met confituur, soms met chocolade. Het is het enige wat ik de laatste weken eet als ik thuis ben.

"Kijk je nog?", vraagt ze terwijl ze aan mijn confituurpot friemelt.
Ik, die mij nog niet onmiddellijk bewust ben van haar aanwezigheid, neem mijn telefoontje en open de berichtenbox.

'Hoi,
hopelijk stoor ik niet. Ik heb jouw nummer gekregen van je vriend. Bel mij eens, X.'


"Wanneer heeft hij je mijn nummer gegeven?", vroeg ik haar.
"Toen je wegging." Haar betoverende ogen hadden nog steeds niet aan kracht verloren.
"Bel je mij?" Toen stond ze op en verdween ze door de keukendeur.
"M...Misschien.", stamelde ik.

Zij werd verpulverd door de zonnestralen die de stofdeeltjes lieten dansen in de hal. Het was opvallend mooi weer de laatste dagen. Ik kan mij niet herinneren dat ik eind oktober nog op terras zat. De poes was ondertussen voldaan. Ze lag te ronken op de stoel die dienst doet als zetel in mijn woonkamer. Iets verder staat een PS2 en een XBOX naast het Tv-toestel. Ik heb geen kabelaansluiting, maar zonder games zou ik niet kunnen leven. Op zo'n gebied kan je dat toestel beschouwen als een noodzakelijk kwaad.

De badkamer lag er vuil bij. Ik dacht er even aan om deze namiddag enkele uren nuttig te besteden aan het poetsen van deze vuilnisbelt. Het zou natuurlijk compleet nutteloos zijn, want binnen dit en een week zou alles opnieuw vuil liggen. Anderzijds, als ik Ynka bel. En ze beland vroeg of laat in mijn bed. Tja, dan is een propere badkamer toch een must. Tenzij ik natuurlijk tussen haar lakens beland. Die tweede optie leek mij leuker en mijn impulsiviteit werd verdrongen en maakte plaats voor de luie mantel die al dagenlang over mijn schouders lag.

Ik sta er niet altijd bij stil, als je als een lome zak door het leven slentert doe je dat meestal niet, en ook nu was de gedachte nog geen angst. Als ik mij vragen stel doe ik dat meestal te laat. Ondertussen stond het Tv-toestel aan en had ik een controller in mijn hand. Toen ik jong was - dat ben ik al lang niet meer - noemde iedereen dit een bakje. Als opvoedkundige idealist had ik mijzelf er toen van overtuigd om iedere klant die vroeg achter ‘een 'bakje' om die spelletjes te spelen’ een deskundige oorveeg te geven en hun te benadrukken dat men zo iets weldegelijk een controller noemt. Het is er echter nooit van gekomen. Mijn baas liet mij niet toe om klanten te slaan en omdat ik dit vond getuigen van weinig respect ten opzichte van de game cultuur heb ik na een week of twee ontslag genomen. Het was trouwens geen fijn mens, die baas van toen.

In de keuken rinkelde mijn telefoon opnieuw. Ik rende – mijn enige inspanning van de dag – en nam op.

11:49 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (1) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

29-09-06

Hoofdstuk III - Deel I - Dag 2


Daar lag zij. Een rust die angstwekkend rond jouw hart kruipt. Het gevoel dat jou toelaat om extra oplettend te zijn. Een donkere wolk die alle zintuigen op scherp stelt. De dood.
Op het andere rijvak, tegen een witte auto. Ducatti was de naam en haar man lag iets verder. Vreemde kronkels maken onze lichamen toch, als de ziel van huis is, op weg naar een betere wereld. Het besef en de angst, doodsangst in zijn puurste vorm.
Ik hoop dat ik erbij mag zijn. Dat ik zijn hand mag vasthouden, mijn woorden kan toefluisteren.

De kraan werkt goed vandaag. Het is rustgevend om water op zo’n manier te horen verdwijnen in dat donkere gat. Soms beeld ik mij in dat ik ‘Luke’ ben, op de rand van de plank sta en met mijn Jedi-powers het witte, porseleinen koninkrijk verover. Meestal val ik van mijn plank en word ik meegesleurd door het krachtige water dat onverstoorbaar het gapende gat voedt.



Als ik wakker word en merk dat het al lang na de middag is dan vraag ik mij zelden af hoe het komt. Meestal sta ik dan enkel stil bij het bed dat toch zo warm aanvoelt. Een bed dat uitnodigt om nog iets langer te blijven liggen. Meestal masturbeer ik ook voor ik opsta. Het is pas daarna dat ik mij die vraag stel.
Dat is best wel vreemd. Ik heb geen moeite om alleen het bed in te kruipen. Ik kan best alleen wakker worden. Maar alleen seksen, zonder een helpende hand, is o zo droevig. Dat is misschien de reden waarom het minder vaak gebeurt de laatste tijd. Gisteren heb ik het wel nog gedaan. Ook nu, terwijl ik hier lig te staren, heb ik zin. Het komt allemaal door haar denk ik. Gisteren beeldde ik mij haar in terwijl ik langzaam rukte. Vroeger was ik altijd van mening dat het ongeluk zou brengen wanneer ik mij masturbeerde met een vrouw in gedachten waarop ik verliefd ben. Dan dacht ik meestal dat ze enkel daarom niet verliefd zou worden op mij. Alsof ze dan aan mijn ogen kon merken dat ik ze al ‘verkracht’ had in mijn dromen.

Nu, waar maak ik mij eigenlijk zorgen over? Het is bijna twee uur, tijd om op te staan. En ergens blijft er een klein stemmetje vertellen: “Karel, je bent niet verliefd op haar.”

Mijn gsm ligt op de keukentafel en vertelt mij dat ik andermaal een oproep gemist heb. Waarschijnlijk wel opnieuw één of ander interim kantoor dat vraagt waarom ik niet ben komen opdagen.

14:46 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

15-09-06

Hoofdstuk II - Deel V - Dag 1


"Ben je dat?", vroeg ze mij terwijl de droeve blik in haar ogen wegsmolt.
Enigszins verrast en beschaamd ontkende ik het. Maar mijn vriend was een doorzetter en bleef volhouden. Ik smeekte hem met mijn ogen om op te houden. Want als ik eerlijk ben, zo trots was ik niet op de teksten die ik schreef. Ze waren ook te persoonlijk om er kwistig mee om te springen.
Haar leek het echter niet te deren. Ze vroeg: "Hoe vind je het?"
"Om schrijver te zijn?", vroeg ik verward.
"Neen, mijn boek gekje. Trouwens, daarnet zei je nog dat je geen schrijver was."
Mocht ik niet zo in de war geweest zijn, ik had spontaan haar grote, mooie glimlach gekust. Mijn hand op haar handen, haar lippen zoet gestreeld door de zachtheid van een reukorgaan dat haar in mijn pleister had gevangen.
Ik antwoordde echter: "Ik vind het goed…." En even twijfelde ik. "Ik vind het mooi, maar ook wat triest..."
Haar voorhoofd fronste en ze bleef even stil. "Jij bent de eerste die het triest noemt. Anderen zeiden dat het depri was, maar jij noemt het triest..."
"Ik ... ik zou het nooit depri noemen. Ik word er wel stil van."
"Dat is goed.", zei ze, "Dat was ook mijn betrachting. Later wil ik beroemd worden, een grote genoemd worden. Iemand die herinnerd wordt." Het enthousiasme in haar stem liet mij niet twijfelen aan haar intenties. Alleen, ik wist wel beter.
Haar kille vriendin merkte sarcastisch op: "Wie niet?"

"Het is tijd.", zei ik. Ik stond op, merkte dat de stoel, die anders altijd stoorde, mij opnieuw een pijnlijk zitvlak had bezorgd en vroeg met mijn hoofd of mijn vriend meeging. Zijn pint was leeg en aangezien ik zijn enige sponsor was leek het hem beter om mij te vergezellen. Toen ik wegdraaide riep ze mij.
"Karel! Hoe groot wil jij worden?"
Ik draaide me om. Keek haar recht in de ogen, opende mijn armen en zei: "Zo groot! Zo groot wou ik worden."
Toen draaide ik mij om en nam voorgoed afscheid. Dat dacht ik en stiekem hoopte ik dat ook wel ergens.

Mijn vriend merkte op de terugweg op dat ze knap was en er ook wel uitzag als een geil sexbeest. Alleen jammer van haar luide bulderlach. Maar best wel iemand die mocht aan zijn deur bellen en zonder problemen ook aan zijn bel trekken. Ik moest er om lachen. Hij zei dat ze me wel zag zitten en ik lachte zijn opmerking opnieuw weg.

Eén zaak wist ik wel zeker. Ze had mij betoverd. Haar spontane lach, haar lavende ogen en de zachte handen die ik zo graag had gevoeld. Ik zat op een rollercoaster en had niet eens een ticket gekocht. Een zwartrijder op een rollercoaster, zoveel was zeker.

12:45 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

01-09-06

Hoofdstuk II - Deel IV - Dag 1


Het derde blad was zwart en had een dunne plastic folie die het papier moest beschermen. Ik was in de war, want waarom zag ik op het tweede blad geen zwart hart? Het was best grappig om te merken dat zij in mij alle logica had doen verdwijnen. Toen ze mij het geheim vertelde wist ik het zeker, deze vrouw was gevaarlijk. Dat was ze zeker en vast.
"Welke betekenis schuilt hierachter?" Het was voor het eerst dat ik ook aandacht besteedde aan de vriendinnen die aandachtig naar onze conversatie luisterden. Zij was werkelijk de enige besefte ik toen, de anderen doen er niet toe. Ook al is haar vriendin niet de minste, haar ogen kan zij niet overtreffen. Ik heb het toen nog ontkend, maar ik was verliefd op deze vrouw. Zonder enige reden, zonder haar ook maar te kennen. Zij was als een waterval op een zomerse dag die eindelijk verfrissing brengt na het harde zwoegen door de jungle.
"Het is roet." Erg zacht, broos en breekbaar. Zo klonk het. "Als je het wegveegt komt er een kopie van 'De schreeuw' tevoorschijn. Het verklaart de angst op het vorige blad, het verklaart de angst in mij ..." Het bleef stil. Een ongekende angst nam mijn hart in en kneep erg zachtjes.
Ik kwam op adem maar de droeve blik in haar ogen was als een donderslag. Hoe kwam het dat deze ogen zo triest stonden? Wat is haar geheim? Gevaarlijk en mysterieus...
Jongen, begin er niet aan. Dat dacht ik bij mijzelf. Maar zoals ik al had verteld. Alle logica was al lang verdwenen.

In de hoop dat ik opnieuw wat vuur zou zien sloeg ik vlug de bladzijde om. Op de rand van het vierde blad was een grote boom in reliëfvorm gedrukt. Een sneeuwlandschap. Een opkomende zon.
"Dit is het keerpunt?", vroeg ik, "De opkomende zon die de sneeuw doet smelten, het groen doet groeien?"
Nog steeds die droeve blik in haar ogen die mij bestudeerden. "Neen, dat is het niet. Het is een brand die de horizon kleurt. Het roet dat het landschap bedekt met een rouwende mantel."
Ik werd er stil van. Je kon als je even bezit mocht nemen van mijn lichaam, op dat moment enkel nog mijn hart horen bonken. Alle functies uit, ik in stilte naast haar. Midden in Gent.
Het vijfde blad was leeg op twee zinnen na.

Dood vormt het roet op mijn longen. Leven is de rijkdom die mijn longen voedt.

Ik moet erg stil geweest zijn. Ik herinner mij zelfs niet of ik nog woorden vormde. Wat ik wel weet is dat mijn vriend naast mij zomaar sprak: "Karel is schrijver."

16:55 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (1) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

23-08-06

Hoofdstuk II - Deel III - Dag 1


Een gouden vlinder streelde haar haren en landde toen op haar rechterschouder. Terwijl zijn vleugels bewogen liet hij een kleine, onzichtbare regenboog achter. Ondanks het vreemde voorval bleef ik echter bij de pinken en antwoordde op haar vraag.
"Ik moet lachen omdat ik het een mooie gedachte vind. En goed besef dat ik ook met zulke intenties heb rondgelopen."
Terwijl ik het zei onderzocht ik haar donkergroene ogen. Ze leek wel een elfje, enkel de vleugeltjes ontbraken nog. 'Wat ben je mooi', dacht ik bij mezelf.
Even keek ze mij aan en toen verdween ze in haar tas. Na enkele minuten rommelig zoeken haalde ze een klein boekje boven.
"Kijk!", zei ze, "Dit is mijn eindwerk en dit is wat ik later wil doen."

Het boekje had een rode kaft die erg zacht aanvoelde. Vier kleine ringen op het uiteinde van de kaft zorgden er voor dat alle blaadjes mooi op hun plaats bleven. In het midden stond een kindertekening. Daaronder, in dikke kinderletters, 'LEVEN'. Ik keek haar aan, zij glimlachte, en opende dan het boekje.
Vijf bladzijden. Meer was het niet. Op de eerste bladzijde vond ik foto's terug. Een arm, een been, een deel van een hoofd. Haar, handen, voeten... Maar ook een blote borst en wat schaamhaar. Foto's kriskras door elkaar.
"Ben jij dat?", vroeg ik. En ze knikte instemmend.
De tweede pagina was op een paar woorden na volkomen leeg. In het midden was een hart uitgesneden, maar dat viel bijna niet op. De woorden die er stonden waren anders.
"Ik zou verwachten dat je hier iets schrijft als liefde, of houden van... waarom schrijf je angst neer?"
Vraag mij niet waarom, maar toen had ik moeten stilstaan. Toen had ik op een pauzeknop moeten drukken om alles en iedereen rond haar te observeren. Dat ik dat toen niet gedaan heb, daar heb ik nog steeds spijt van.
"Angst is nadrukkelijker.", en ze bleef mij diep in de ogen kijken toen ze het zei.

Ik slikte even.
"Ik hou van vrouwen zoals jij."
Meer niet, meer was ook niet nodig. Mijn mond, mijn handen, mijn armen en ogen. Meer was er niet nodig dan datgene wat ik daar kortstondig liet schijnen. Een vrouw die een muur laat exploderen, zo hevig dat je even de weg naar huis vergeet, zo zijn er niet veel.

13:01 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (1) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

18-08-06

Hoofdstuk II - Deel II - Dag 1


Vier meisjes. In de zon, op een terras. Naast mij.

"Hoe vlot het?", en laat mij toe hier een opmerking achter te laten. Ik kon echt wel een zeker cynische ondertoon horen. Zijn vrouwen zo duister als ze zich laten voordoen? Soms twijfel ik er aan. Hoe zij het vroeg, zo vraagt mijn grootste vijand het. Ook met hem zit ik aan tafel en drink ik een glas. Alleen, dan ben ik de enige die zijn handelingen observeert, is hij de enige die mij argwanend toekijkt. Vier vijanden aan één tafel. Elk met een glimlach, ik werd er angstig van.
"Erg goed.", zei de ander kort en bondig. Zij, die ander, had grootse plannen. Ooit zag ze zichzelf tussen de gebouwen in staan. Kleine reclamepanelen, haar ideeën, haar ontwerp. En vraag mij niet waarom, maar ik moest er om lachen.

"Waarom lach je?", vroeg ze.
"Karel...", zei ik, "mijn naam is Karel." En mijn enige lach die dag was de lach die toen mijn woorden vormde. Mijn God, wat waren die ogen als een waterval van verdriet. Alsof het leven en de dood gevlochten worden met de tongval van haar woorden. Ik stotterde niet. Ook dat was lang geleden.

Even stond ze versteld, daar ben ik nog altijd van overtuigd. En toen vormde ze mijn oordeel over leven en dood.
"Mijn naam is Ynka." De glimlach op mijn lippen werd plots mijn grootste verdriet.

21:09 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (1) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

10-08-06

Hoofdstuk II - Deel I - Dag 1


Mijn vader ... soms vervloek ik hem, maar als ik eerlijk ben moet ik bekennen dat hij best een leuke vent is. Zo zorgt hij er af en toe voor dat ergernissen verdwijnen in mijn leven. Vandaag was het opnieuw van dat. Mijn badkamer, een witte, zielloze bunker, is opgefrist met een nieuwe kraan. Eentje met een hendel. Lekker warm en koud met één vinger.

"Waarom denk je dat ie nog steeds niet buiten komt?"
Naast mij, zo'n twee tafels verder bespreken twee jonge meiden de gevolgen van een uit de hand gelopen huwelijk. Niet van henzelf welteverstaan, want zo genuanceerd zijn ze wel. Neen, het huwelijk van wat zij noemen hun beste vriendin. Ik ben opnieuw een illusie armer denk ik bij mijzelf, vrienden roddelen dus als de beste ook over mijn leven. Of zijn mijn vrienden anders?
Terwijl ik er over nadenk nemen vier jonge vrouwen plaats aan het tafeltje naast mij. Zoals velen voor hen bestudeer ik ongezien hun contouren, hun lieve gezichtjes en als laatste één voor één hun ogen. Zij was één van hen. Toen gaf ik geen namen aan vreemden, dat is sinds die dag helemaal anders.

Ik bestelde een pint aan de knappe vrouw die hier meestal werkt in dit kleine Gentse café. Dat is zonder blozen één van de redenen waarom ik hier zo vaak zit. Als de 'wijfjes' lekker zijn dan kom ik terug. De enige vereiste die ik opleg is dat ze glimlachen als ik bediend wordt, en dat doen ze hier allemaal, nog steeds trouwens. Mijn beste vriend deed net hetzelfde. Hij is de meest open van ons tweeën en ik kan je verzekeren, erg populair bij het andere geslacht. Ergens vind ik dat helemaal niet zo slecht. Terwijl hij zijn gang gaat kan ik van op een zekere afstand toekijken, zonder verplichtingen kan ik genieten in stilte.

19:53 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (1) | Tags: schaduwboek |  Facebook |