29-09-06

Hoofdstuk III - Deel I - Dag 2


Daar lag zij. Een rust die angstwekkend rond jouw hart kruipt. Het gevoel dat jou toelaat om extra oplettend te zijn. Een donkere wolk die alle zintuigen op scherp stelt. De dood.
Op het andere rijvak, tegen een witte auto. Ducatti was de naam en haar man lag iets verder. Vreemde kronkels maken onze lichamen toch, als de ziel van huis is, op weg naar een betere wereld. Het besef en de angst, doodsangst in zijn puurste vorm.
Ik hoop dat ik erbij mag zijn. Dat ik zijn hand mag vasthouden, mijn woorden kan toefluisteren.

De kraan werkt goed vandaag. Het is rustgevend om water op zo’n manier te horen verdwijnen in dat donkere gat. Soms beeld ik mij in dat ik ‘Luke’ ben, op de rand van de plank sta en met mijn Jedi-powers het witte, porseleinen koninkrijk verover. Meestal val ik van mijn plank en word ik meegesleurd door het krachtige water dat onverstoorbaar het gapende gat voedt.



Als ik wakker word en merk dat het al lang na de middag is dan vraag ik mij zelden af hoe het komt. Meestal sta ik dan enkel stil bij het bed dat toch zo warm aanvoelt. Een bed dat uitnodigt om nog iets langer te blijven liggen. Meestal masturbeer ik ook voor ik opsta. Het is pas daarna dat ik mij die vraag stel.
Dat is best wel vreemd. Ik heb geen moeite om alleen het bed in te kruipen. Ik kan best alleen wakker worden. Maar alleen seksen, zonder een helpende hand, is o zo droevig. Dat is misschien de reden waarom het minder vaak gebeurt de laatste tijd. Gisteren heb ik het wel nog gedaan. Ook nu, terwijl ik hier lig te staren, heb ik zin. Het komt allemaal door haar denk ik. Gisteren beeldde ik mij haar in terwijl ik langzaam rukte. Vroeger was ik altijd van mening dat het ongeluk zou brengen wanneer ik mij masturbeerde met een vrouw in gedachten waarop ik verliefd ben. Dan dacht ik meestal dat ze enkel daarom niet verliefd zou worden op mij. Alsof ze dan aan mijn ogen kon merken dat ik ze al ‘verkracht’ had in mijn dromen.

Nu, waar maak ik mij eigenlijk zorgen over? Het is bijna twee uur, tijd om op te staan. En ergens blijft er een klein stemmetje vertellen: “Karel, je bent niet verliefd op haar.”

Mijn gsm ligt op de keukentafel en vertelt mij dat ik andermaal een oproep gemist heb. Waarschijnlijk wel opnieuw één of ander interim kantoor dat vraagt waarom ik niet ben komen opdagen.

14:46 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

15-09-06

Hoofdstuk II - Deel V - Dag 1


"Ben je dat?", vroeg ze mij terwijl de droeve blik in haar ogen wegsmolt.
Enigszins verrast en beschaamd ontkende ik het. Maar mijn vriend was een doorzetter en bleef volhouden. Ik smeekte hem met mijn ogen om op te houden. Want als ik eerlijk ben, zo trots was ik niet op de teksten die ik schreef. Ze waren ook te persoonlijk om er kwistig mee om te springen.
Haar leek het echter niet te deren. Ze vroeg: "Hoe vind je het?"
"Om schrijver te zijn?", vroeg ik verward.
"Neen, mijn boek gekje. Trouwens, daarnet zei je nog dat je geen schrijver was."
Mocht ik niet zo in de war geweest zijn, ik had spontaan haar grote, mooie glimlach gekust. Mijn hand op haar handen, haar lippen zoet gestreeld door de zachtheid van een reukorgaan dat haar in mijn pleister had gevangen.
Ik antwoordde echter: "Ik vind het goed…." En even twijfelde ik. "Ik vind het mooi, maar ook wat triest..."
Haar voorhoofd fronste en ze bleef even stil. "Jij bent de eerste die het triest noemt. Anderen zeiden dat het depri was, maar jij noemt het triest..."
"Ik ... ik zou het nooit depri noemen. Ik word er wel stil van."
"Dat is goed.", zei ze, "Dat was ook mijn betrachting. Later wil ik beroemd worden, een grote genoemd worden. Iemand die herinnerd wordt." Het enthousiasme in haar stem liet mij niet twijfelen aan haar intenties. Alleen, ik wist wel beter.
Haar kille vriendin merkte sarcastisch op: "Wie niet?"

"Het is tijd.", zei ik. Ik stond op, merkte dat de stoel, die anders altijd stoorde, mij opnieuw een pijnlijk zitvlak had bezorgd en vroeg met mijn hoofd of mijn vriend meeging. Zijn pint was leeg en aangezien ik zijn enige sponsor was leek het hem beter om mij te vergezellen. Toen ik wegdraaide riep ze mij.
"Karel! Hoe groot wil jij worden?"
Ik draaide me om. Keek haar recht in de ogen, opende mijn armen en zei: "Zo groot! Zo groot wou ik worden."
Toen draaide ik mij om en nam voorgoed afscheid. Dat dacht ik en stiekem hoopte ik dat ook wel ergens.

Mijn vriend merkte op de terugweg op dat ze knap was en er ook wel uitzag als een geil sexbeest. Alleen jammer van haar luide bulderlach. Maar best wel iemand die mocht aan zijn deur bellen en zonder problemen ook aan zijn bel trekken. Ik moest er om lachen. Hij zei dat ze me wel zag zitten en ik lachte zijn opmerking opnieuw weg.

Eén zaak wist ik wel zeker. Ze had mij betoverd. Haar spontane lach, haar lavende ogen en de zachte handen die ik zo graag had gevoeld. Ik zat op een rollercoaster en had niet eens een ticket gekocht. Een zwartrijder op een rollercoaster, zoveel was zeker.

12:45 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

01-09-06

Hoofdstuk II - Deel IV - Dag 1


Het derde blad was zwart en had een dunne plastic folie die het papier moest beschermen. Ik was in de war, want waarom zag ik op het tweede blad geen zwart hart? Het was best grappig om te merken dat zij in mij alle logica had doen verdwijnen. Toen ze mij het geheim vertelde wist ik het zeker, deze vrouw was gevaarlijk. Dat was ze zeker en vast.
"Welke betekenis schuilt hierachter?" Het was voor het eerst dat ik ook aandacht besteedde aan de vriendinnen die aandachtig naar onze conversatie luisterden. Zij was werkelijk de enige besefte ik toen, de anderen doen er niet toe. Ook al is haar vriendin niet de minste, haar ogen kan zij niet overtreffen. Ik heb het toen nog ontkend, maar ik was verliefd op deze vrouw. Zonder enige reden, zonder haar ook maar te kennen. Zij was als een waterval op een zomerse dag die eindelijk verfrissing brengt na het harde zwoegen door de jungle.
"Het is roet." Erg zacht, broos en breekbaar. Zo klonk het. "Als je het wegveegt komt er een kopie van 'De schreeuw' tevoorschijn. Het verklaart de angst op het vorige blad, het verklaart de angst in mij ..." Het bleef stil. Een ongekende angst nam mijn hart in en kneep erg zachtjes.
Ik kwam op adem maar de droeve blik in haar ogen was als een donderslag. Hoe kwam het dat deze ogen zo triest stonden? Wat is haar geheim? Gevaarlijk en mysterieus...
Jongen, begin er niet aan. Dat dacht ik bij mijzelf. Maar zoals ik al had verteld. Alle logica was al lang verdwenen.

In de hoop dat ik opnieuw wat vuur zou zien sloeg ik vlug de bladzijde om. Op de rand van het vierde blad was een grote boom in reliëfvorm gedrukt. Een sneeuwlandschap. Een opkomende zon.
"Dit is het keerpunt?", vroeg ik, "De opkomende zon die de sneeuw doet smelten, het groen doet groeien?"
Nog steeds die droeve blik in haar ogen die mij bestudeerden. "Neen, dat is het niet. Het is een brand die de horizon kleurt. Het roet dat het landschap bedekt met een rouwende mantel."
Ik werd er stil van. Je kon als je even bezit mocht nemen van mijn lichaam, op dat moment enkel nog mijn hart horen bonken. Alle functies uit, ik in stilte naast haar. Midden in Gent.
Het vijfde blad was leeg op twee zinnen na.

Dood vormt het roet op mijn longen. Leven is de rijkdom die mijn longen voedt.

Ik moet erg stil geweest zijn. Ik herinner mij zelfs niet of ik nog woorden vormde. Wat ik wel weet is dat mijn vriend naast mij zomaar sprak: "Karel is schrijver."

16:55 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (1) | Tags: schaduwboek |  Facebook |