15-09-06

Hoofdstuk II - Deel V - Dag 1


"Ben je dat?", vroeg ze mij terwijl de droeve blik in haar ogen wegsmolt.
Enigszins verrast en beschaamd ontkende ik het. Maar mijn vriend was een doorzetter en bleef volhouden. Ik smeekte hem met mijn ogen om op te houden. Want als ik eerlijk ben, zo trots was ik niet op de teksten die ik schreef. Ze waren ook te persoonlijk om er kwistig mee om te springen.
Haar leek het echter niet te deren. Ze vroeg: "Hoe vind je het?"
"Om schrijver te zijn?", vroeg ik verward.
"Neen, mijn boek gekje. Trouwens, daarnet zei je nog dat je geen schrijver was."
Mocht ik niet zo in de war geweest zijn, ik had spontaan haar grote, mooie glimlach gekust. Mijn hand op haar handen, haar lippen zoet gestreeld door de zachtheid van een reukorgaan dat haar in mijn pleister had gevangen.
Ik antwoordde echter: "Ik vind het goed…." En even twijfelde ik. "Ik vind het mooi, maar ook wat triest..."
Haar voorhoofd fronste en ze bleef even stil. "Jij bent de eerste die het triest noemt. Anderen zeiden dat het depri was, maar jij noemt het triest..."
"Ik ... ik zou het nooit depri noemen. Ik word er wel stil van."
"Dat is goed.", zei ze, "Dat was ook mijn betrachting. Later wil ik beroemd worden, een grote genoemd worden. Iemand die herinnerd wordt." Het enthousiasme in haar stem liet mij niet twijfelen aan haar intenties. Alleen, ik wist wel beter.
Haar kille vriendin merkte sarcastisch op: "Wie niet?"

"Het is tijd.", zei ik. Ik stond op, merkte dat de stoel, die anders altijd stoorde, mij opnieuw een pijnlijk zitvlak had bezorgd en vroeg met mijn hoofd of mijn vriend meeging. Zijn pint was leeg en aangezien ik zijn enige sponsor was leek het hem beter om mij te vergezellen. Toen ik wegdraaide riep ze mij.
"Karel! Hoe groot wil jij worden?"
Ik draaide me om. Keek haar recht in de ogen, opende mijn armen en zei: "Zo groot! Zo groot wou ik worden."
Toen draaide ik mij om en nam voorgoed afscheid. Dat dacht ik en stiekem hoopte ik dat ook wel ergens.

Mijn vriend merkte op de terugweg op dat ze knap was en er ook wel uitzag als een geil sexbeest. Alleen jammer van haar luide bulderlach. Maar best wel iemand die mocht aan zijn deur bellen en zonder problemen ook aan zijn bel trekken. Ik moest er om lachen. Hij zei dat ze me wel zag zitten en ik lachte zijn opmerking opnieuw weg.

Eén zaak wist ik wel zeker. Ze had mij betoverd. Haar spontane lach, haar lavende ogen en de zachte handen die ik zo graag had gevoeld. Ik zat op een rollercoaster en had niet eens een ticket gekocht. Een zwartrijder op een rollercoaster, zoveel was zeker.

12:45 Gepost door Grijs in Liefde | Permalink | Commentaren (0) | Tags: schaduwboek |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.